Logistiek die levens redt: ColaLife als toonbeeld van logistieke creativiteit

Voor veel huur-, deel- en herstelinitiatieven zit de grootste uitdaging niet in hun aanbod, maar in wat ertussen zit: logistiek. Wat als een deel van de oplossing niet ligt in nieuwe systemen uitvinden, maar wel in bestaande beter gebruiken? Voor ColaLife betekende die instelling alvast een doorbraak.

Logistiek die levens redt: ColaLife als toonbeeld van logistieke creativiteit

Voor veel huur-, deel- en herstelinitiatieven zit de grootste uitdaging niet in hun aanbod, maar in wat ertussen zit: logistiek. Wat als een deel van de oplossing niet ligt in nieuwe systemen uitvinden, maar wel in bestaande beter gebruiken? Voor ColaLife betekende die instelling alvast een doorbraak.

Een kapotte koffiemachine die er weken over doet om bij de hersteller te geraken. Een huuraanbod dat onderbenut blijft, omdat een alternatief aan huis geleverd wordt. Het zijn slechts enkele voorbeelden van huur-, deel- en herstelinitiatieven die worstelen met logistiek. Een uitdaging die ze gemeenschappelijk hebben met essentiële medicijnen. 

In landen zoals Zambia sterft 1 op de 7 kinderen voor hun vijfde verjaardag aan vermijdbare oorzaken, zoals uitdroging door diarree. De behandeling is nochtans eenvoudig en goedkoop: orale rehydratiezouten (ORS) en zink. Bij gebrek aan een robuuste toeleveringsketen, geraken die medische hulpmiddelen toch onvoldoende tot de mensen die ze nodig hebben.

Weet je wat je bijna wel overal vindt? Coca Cola. Zelfs in de meest afgelegen gebieden van lage- en middeninkomenslanden. De wereld op zijn kop, toch? Dat dacht Simon Berry ook. Hij gebruikte de logistieke keten van Coca Cola als springplank om levens te redden. Niet door het warm water opnieuw uit te vinden, maar wel door aan te sluiten op bestaande netwerken van producenten, groothandels en lokale winkeliers. 

3062390531_7f489138fa_k
Image credit: Simon Berry
3064847516_5dd47b1c52_k
Image credit: Simon Berry

Klein begonnen, is half gewonnen

ColaLife startte in 2008 als een online initiatief. Het idee was simpel: grote bedrijven oproepen om hun distributienetwerken in te zetten voor maatschappelijke impact. Maar ondanks toenemende online aandacht, veranderde er weinig op het terrein. Oprichter Simon Berry besloot daarom om naar Zambia te verhuizen om zijn visie te vertalen naar de praktijk

Eind 2011 zette hij daar het eerste pilootproject van ColaLife op, met ondersteuning van onder andere Johnson & Johnson, UNICEF en Coca Cola, en lokale samenwerkingen met producenten, groothandels en winkeliers. Die combinatie maakte het mogelijk om het idee zowel lokaal te verankeren als schaalbaarheid te garanderen. 

De resultaten spreken voor zich. In één jaar tijd werden meer dan 26.000 kits verkocht, en het aandeel kinderen dat de juiste behandeling kreeg steeg van minder dan 1% naar 45%. Meer dan 12 jaar later worden de kits vandaag nog steeds lokaal geproduceerd en verkocht in Zambia, zonder tussenkomst van ColaLife. Sinds 2024 draait het model zelfstandig, met gegarandeerde economische levensvatbaarheid voor lokale producenten. Tegelijk reikt de impact van ColaLife ook verder: via internationale richtlijnen en open kennisdeling vond de aanpak zijn weg naar andere landen en organisaties. Wat begon als een kleinschalig experiment, groeide met andere woorden uit tot een structurele verandering. Niet door een technologische doorbraak, maar een logistieke.

Ontworpen voor impact

Aanvankelijk wilde ColaLife letterlijk ‘meeliften’ op bestaande transportstromen. Ze ontwierpen een wigvormige verpakking die perfect paste in de lege ruimte tussen Coca Cola-flessen in kratten. Slim bedacht, maar in de praktijk maakte slechts een klein deel van de retailers er ook op die manier gebruik van. In plaats van vast te houden aan het oorspronkelijke idee, ging ColaLife terug naar de tekentafel. Wat werkt voor gebruikers? Wat kan lokaal geproduceerd worden? En welke invloed heeft het ontwerp op de prijs? 

Uit die oefening kwamen twee nieuwe productvormen die vandaag nog steeds gebruikt worden: een stevige, herbruikbare verpakking in de vorm van een flesje die tegelijk als maatbeker, mengbeker én drinkbeker dient, en een flexi-pack die goedkoop en makkelijk is om mee te nemen in bestaande stromen. 

3063997809_192c79910c_k
Image credit: Simon Berry
3064567342_3f93e9daac_k
Image credit: Simon Berry

Dat brengt ons bij een belangrijk punt: hoe worden die kits vandaag dan wél verdeeld? Niet door ze letterlijk in Coca Cola-kratten te stoppen, maar wel door de waardeketen van fast moving consumer goods zoals frisdrank, suiker of zeep na te bootsen. Concreet: 

  • Distributie via bestaande groothandelaars en retailers
  • Verkoop in kleine lokale winkels, vaak op grote afstand van steden
  • Transport via informele netwerken (fiets, kleine voertuigen, gecombineerde leveringen)
  • Via sterke partnerschappen doen ze bovendien parallel aan distributie via het publieke gezondheidssysteem

Wat begon als een poging om “mee te liften” op één specifiek systeem, evolueerde dus naar iets dat nog robuuster is: inpluggen op een bestaande logica.

Delen om te versnellen 

Van bij het pilootproject had ColaLife nooit de ambitie om zelf een grote organisatie te worden. Het uitgangspunt was net het tegenovergestelde: niet bouwen naast bestaande systemen, maar ze versterken zodat ze het werk zelf kunnen opnemen. Daarom koos ColaLife bewust voor samenwerking met bestaande structuren op verschillende niveaus. 

In Zambia werkten ze nauw samen met het ministerie van Volksgezondheid om de integratie van de kit in het gezondheidssysteem mogelijk te maken. Daarnaast gingen ze partnerships aan met internationale organisaties zoals UNICEF, lokale producenten en private distributiepartners. Die combinatie maakte het mogelijk om zowel de publieke als de commerciële distributiekanalen te benutten, zonder een parallelle logistieke keten op te zetten.

ColaLife hield zijn aanpak niet voor zichzelf. De productie van de kits werd lokaal verankerd bij een Zambische producent, die het product uiteindelijk ook commercieel overnam. De distributie werd ingebed in bestaande retailstructuren én in het netwerk van gezondheidscentra. Zo verschoof de rol van ColaLife geleidelijk van uitvoerder naar facilitator

Ook ontwerpen, onderzoeksresultaten, methodes en inzichten werden niet gepatenteerd, maar net open gedeeld. Via open source documentatie kunnen andere organisaties, landen en ontwikkelingspartners het model overnemen of aanpassen. Tegelijk zocht ColaLife ook aansluiting bij de academische literatuur, en publiceerden Simon Berry en zijn collega’s verschillende  artikelen in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften

Door samen te werken met internationale organisaties, beleidsnetwerken en wetenschappelijke publicaties, werd het model niet alleen gedeeld, maar ook ingebed in de plekken waar beslissingen genomen worden. Dat leidde uiteindelijk tot een aanpassing van WHO-richtlijnen, die sindsdien het samen verpakken van ORS en zink aanbeveelt.

De praktische inbedding in bestaande logistieke en gezondheidsstructuren enerzijds, en de strategische verspreiding via kennis- en beleidskanalen anderzijds zorgde voor een robuuste oplossing. Zo robuust zelfs, dat ColaLife in 2024 besloot om zichzelf te ontbinden. Wat overbleef was geen organisatie die een dienst runt, maar een systeem dat zichzelf draagt.

Wat betekent dit voor huren, delen en repareren?

Hoewel de context anders is, zijn logistieke bewegingen ook voor huren, delen en herstellen vaak een belangrijke uitdaging. Niet het aanbod, maar hoe producten bewegen, terugkomen en opnieuw ingezet worden, bepaalt of een systeem werkt. Wat leert ColaLife ons hierover?

  • De oplossing ligt niet altijd in iets nieuws bouwen. Vaak zit het potentieel in wat er al is. Bestaande netwerken – van retail tot distributie – kunnen een grotere rol spelen dan vandaag gebeurt.
  • Hoe een product verpakt, gebruikt en verplaatst wordt, bepaalt mee de haalbaarheid van een systeem. Dat vraagt om ontwerpkeuzes, niet alleen operationele oplossingen.
  • Schaal en zekerheid ontstaan door samenwerking. Door stromen te bundelen en systemen op elkaar af te stemmen, worden oplossingen voorspelbaarder, betaalbaarder en robuuster.

Dat is precies waar het Living Lab Heen-en-Weer Logistiek op inzet: gedeelde logistieke stromen voor huur-, deel- en herstelsystemen. Niet door alles opnieuw uit te vinden, maar door slimmer gebruik te maken van wat er al is.

Wil je meedenken, testen of aansluiten bij het Living Lab?

We verzamelen actief inzichten, cases en partners die willen experimenteren met gedeelde logistiek voor huur-, deel- en reparatie-initiatieven. Meer informatie vind je hier.

In 2026 organiseren Wij Delen en Vlaanderen Circulair een reeks actiedagen voor het brede netwerk van de Green Deal Huren en Delen. De focus van de eerste actiedag van 28 mei ligt op de start van het nieuwe Living Lab Heen- en Weerlogistiek en op één centrale vraag: hoe maken we huren en delen toegankelijker voor gebruikers en organisaties?
Georganiseerde logistieke bewegingen kunnen de drempel naar huren, delen en repareren helpen verlagen. In het Living Lab onderzoeken we hoe we heen-en-weer logistiek betrouwbaar én betaalbaar kunnen maken voor zowel eindgebruikers als repareer-, huur- en deelinitiatieven. Het living lab wordt gerealiseerd door een partnerschap van Sirris, Wij Delen, BERA, Impact Finance Belgium en VITO, met de steun van de VLAIO Living Lab-subsidie.
Huur- en deelmodellen vragen om meer dan een goed idee — ze vragen om strategie. Hoe maak je de juiste keuzes? Hoe vertaal je circulaire ambities naar een concreet werkbaar model? En hoe ontdek je kansen die je misschien nog niet zag?