Hoe graag huren en delen Vlaamse burgers en bedrijven (en wat kunnen we daaruit leren)?

Als onderzoekspartner deed het Center for Service Intelligence van de Universiteit Gent (CSI-UGent) afgelopen drie jaar onderzoek naar het economisch potentieel van huur- en deelinitiatieven. In deze blog lees je de belangrijkste inzichten uit hun onderzoek naar het engagement van burgers en bedrijven rond huren en delen.

Hoe graag huren en delen Vlaamse burgers en bedrijven (en wat kunnen we daaruit leren)?

Als onderzoekspartner deed het Center for Service Intelligence van de Universiteit Gent (CSI-UGent) afgelopen drie jaar onderzoek naar het economisch potentieel van huur- en deelinitiatieven. In deze blog lees je de belangrijkste inzichten uit hun onderzoek naar het engagement van burgers en bedrijven rond huren en delen.

Hoe graag huurt en deelt de Vlaming?

Om beter zicht te krijgen op het engagement van burgers rond gedeeld gebruik, voerde CSI-UGent in 2025 een grootschalig bevraging uit in samenwerking met Bpact. Een representatieve steekproef van 1.028 Vlamingen werd bevraagd om te achterhalen hoe zij staan tegenover circulaire strategieën zoals huren en delen. Wat blijkt? De meeste Vlamingen zetten vooral in op recyclage, reparatie en tweedehands aankopen. Huren en delen zijn minder populair en scoren zelfs onder het neutrale midden.

Toch is er hoop: meer dan de helft (51%) van de respondenten heeft al ervaring met huren of delen, al beperkt dit zich meestal tot één productcategorie, zoals mobiliteit of gereedschap. Het potentieel is dus groot, zeker als we Vlamingen stimuleren om dit gedrag uit te breiden naar andere categorieën.

Waarom blijft gedeeld gebruik achter? Het onderzoek van CSI-UGent toont dat motivatie de grootste drempel vormt, gevolgd door een gebrek aan aantrekkelijke opportuniteiten. Bekwaamheid – kennis en vaardigheden – blijkt minder problematisch. Opvallend: vrouwen, jongeren en hooggeschoolden zijn gemiddeld meer gemotiveerd, terwijl kort- en middengeschoolden en mensen met een stabiel inkomen meer kansen zien. Jongeren en hooggeschoolden voelen zich ook bekwamer om te huren en delen. Of dat ook betekent dat ze werkelijk over de juiste vaardigheden beschikken om huur- en deelinitiatieven volwaardig te benutten, blijft natuurlijk de vraag. Wat wel duidelijk blijkt uit deze resultaten, is dat er nood is aan doelgroepgerichte strategieën om burgers voor huur- en deelinitiatieven te engageren.

Hoe graag huren en delen Vlaamse bedrijven?

Niet alleen consumenten spelen een rol in de adoptie van huur- en deelmodellen, ook organisaties zijn cruciaal. Daarom onderzocht CSI-UGent ook het engagement van Vlaamse bedrijven rond gedeeld gebruik, via een survey bij 173 West-Vlaamse bedrijven en een case study met 117 organisaties in het kader van de Green Deal Huren en Delen.

Uit het surveyonderzoek bleek dat ook bedrijven vooral inzetten op circulaire strategieën met lage servitisatie, zoals recyclage. Van alle circulaire strategieën scoren huren en delen het laagst, en worden ze zelfs minder erkend als circulaire strategieën dan reparatie of hergebruik. Toch zien we nuances: dienstgerichte bedrijven en grotere ondernemingen tonen iets meer openheid voor gedeeld gebruik. Interessant is dat bedrijven die wél inzetten op huren en delen gemiddeld meer motivatie, opportuniteiten en bekwaamheid rapporteren om circulair te ondernemen.

Tijdens hun case study in het kader van de Green Deal Huren en Delen (2023–2024) bracht CSI-UGent samen met de deelnemers van de design- en innovatiesessies in kaart welke knelpunten zij ervaren in de ontwikkeling en implementatie van huren en delen in de praktijk. Die uitdagingen blijken zich op drie niveaus af te spelen:

  • Aanbodniveau: organisaties worstelen met het vinden van de juiste doelgroep, het helder communiceren van hun aanbod en het overtuigen van klanten om het model te gebruiken.
  • Organisatieniveau: tijd, middelen, kennis en infrastructuur zijn vaak beperkt. Daarnaast spelen logistieke haalbaarheid, financiële rendabiliteit en het ontbreken van een langetermijnvisie een rol.
  • Ecosysteemniveau: regelgeving sluit niet altijd aan, samenwerking met partners is complex en het waarborgen van positieve ecologische en sociale impact blijft een uitdaging.

Tijdens design- en innovatiesessies werkten deelnemers experimentele ideeën uit om deze obstakels te overwinnen. Sommige organisaties waren van bij de start actief als huur- of deelinitiatief, terwijl anderen huur- en deeldiensten later toevoegden aan hun aanbod. Bovendien varieerden doelstellingen, doelgroepen, schaalgrootte en sectoren. Dit leidde tot uiteenlopende experimenten over de verschillende niveaus heen, zoals:

  • De lancering van een spullenbibliotheek toegankelijk met een bibliotheekpas
  • Introductie van slimme lockers ter bevordering van logistiek
  • Integratie van sociale tewerkstelling voor herstel binnen deelinitiatieven
  • Introductie digitaal materialenpaspoort voor dataverzameling en -uitwisseling
  • Oproep tot fiscale hervorming voor verhuurbedrijven en deelplatformen
  • Stedelijke communicatiecampagne ter promotie van gedeeld gebruik

De deelnemende organisaties hadden elk hun eigen prioriteiten en behoeften. Daardoor was niet elke design- en innovatiesessie voor elke deelnemer even waardevol. Voeg daar nog de vrijblijvende deelname en ambitie aan toe, en je krijgt een recept voor wisselend engagement. Dit toonde zich ook in de opkomst tijdens de sessies, die sterk fluctueerde tussen een maximum van 42 deelnemers in 2023 en een minimum van 4 in 2025.

Economisch en ecologisch rendement

Om het potentieel van circulaire businessmodellen zoals huren en delen goed te begrijpen, moeten we niet alleen kijken naar het economische, maar ook het ecologische rendement van initiatieven. Op basis van onze observaties bij deelnemers van de Green Deal Huren en Delen die in de praktijk met gedeeld gebruik aan de slag gingen, identificeerde CSI-UGent een aantal randvoorwaarden die deze twee types rendement garanderen.

Deze voorwaarden worden weerspiegeld in vijf types activiteiten waarop organisaties moeten inzetten om het economisch en ecologisch rendement te garanderen:

  1. Circulaire productie: Activiteiten waarbij producten worden ontworpen en materialen geselecteerd met het oog op een maximale levensduur.
  2. Circulaire verdeling: Initiatieven die ervoor zorgen dat producten zo veel mogelijk in gebruik blijven. Dit omvat maatregelen om stilstand te beperken en producten efficiënt en continu te laten circuleren binnen het verhuur- of deelmodel.
  3. Circulair gebruik: Het voorkomen van een vroegtijdig einde van de levensduur van producten. Organisaties ondersteunen gebruikers in verantwoord gebruik en voorzien een alternatieve bestemming wanneer producten niet langer geschikt zijn voor verhuur of delen.
  4. Circulaire afvalverwerking: Het terugwinnen van componenten uit producten die niet meer functioneel bruikbaar zijn, zodat ook defecte of versleten producten bijdragen aan een circulaire economie.
  5. Circulaire orkestratie: Het aligneren van alle betrokken actoren binnen het ecosysteem van gedeeld gebruik. Dit betekent samenwerking afstemmen, verantwoordelijkheden formaliseren en feedback verzamelen om het aanbod en de dienstverlening continu te verbeteren.

Opmerkelijk is dat een aantal van deze activiteiten – circulaire productie, distributie, gebruik en afvalverwerking – ook in het onderzoek van VITO worden aangestipt als belangrijke voorwaarden voor het genereren van positieve milieueffecten met gedeeld gebruik.

Engagement bij bedrijven en burgers: waar liggen de kansen?

Het onderzoek van CSI-UGent toont dat zowel burgers als bedrijven nog terughoudend zijn tegenover huren en delen, maar ook dat er duidelijke aanknopingspunten zijn om engagement te versterken. Zo kan gedeeld gebruik organisaties helpen om vooroordelen of negatieve attitudes rond circulariteit te omzeilen. Het biedt een manier om bij te dragen aan een circulaire economie zonder dat het expliciet gelinkt wordt aan de bredere transitie, wat het ook aantrekkelijker maakt voor burgers die sceptisch staan tegenover duurzaamheid.

Daar staat tegenover dat gedeeld gebruik niet vanzelf gaat. Het vergt engagement van verschillende stakeholders: de organisatie zelf, maar ook lokale overheden, partnerbedrijven en gebruikers. Alleen via het orkestreren van het ecosysteem – een systemische aanpak – kunnen huur- en deelinitiatieven hun volle potentieel bereiken binnen de circulaire economie. In dit ecosysteem hebben verschillende actoren een rol te spelen.

Organisaties hebben baat bij initiatieven waar ze kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. Initiatieven zoals de Green Deal Huren en Delen zijn vooral zinvol voor bedrijven die écht met gedeeld gebruik aan de slag willen gaan en bereid zijn om opgedane kennis transparant te delen. Voor organisaties die nog niet zover staan, zijn formats met een lagere drempel (i.e. zonder circulariteit expliciet te vernoemen) beter geschikt. Beleidsmakers en andere maatschappelijke actoren kunnen engagement versterken door een set van complementaire initiatieven aan te bieden, afgestemd op vooraf gedefinieerde doelgroepen. Meer daarover lees je in onze blog met overkoepelende inzichten uit ons onderzoek >

Kortom: gedeeld gebruik is meer dan een circulaire strategie. Het is een hefboom voor engagement, al vraagt succes om samenwerking, kennisdeling en een duidelijke positionering. Door initiatieven slim te bundelen en af te stemmen op de juiste doelgroepen, kunnen bedrijven én beleidsmakers het potentieel van gedeeld gebruik ten volle benutten.

Nog dieper duiken in het onderzoek van Universiteit Gent?